Melding hinder of ratten
Milieu
| Dorp 1 |
| 9810 Nazareth |
| T 09 382 82 73 |
| F 09 382 82 99 |
| milieudienst@nazareth.be |
Geur- of lawaaihinder, sluikstort, afvalinzameling
Milieuhinder of problemen met de afvalinzameling kan u melden bij de milieudienst. Buiten de openingsuren van het gemeentehuis kan u contact opnemen met de politie, T 09 321 76 60.
Ratten
Melding van ratten op openbaar domein
Wie problemen heeft met ratten op het openbaar domein of in grachten, moet dit zo snel mogelijk melden aan de milieudienst. Het gemeentebestuur stelt een rattenvanger ter beschikking voor de bestrijding van ratten op openbaar domein.
Waarom ratten bestrijden?
Ratten veroorzaken heel wat schade en leed. Zij brengen ziekten over en zijn tevens een van onze grootste vervuilers van onze voedselvoorraden (door uitwerpselen en urine). Een gerichte bestrijding is aan te bevelen, want één rat brengt per nest 8 tot 12 jongen voort en kan tot 7 nesten per jaar produceren.
Rattenbestrijding op privéterrein
De gemeente is niet verantwoordelijk voor de bestrijding van ratten op privéterreinen. Iedere particulier moet zelf maatregelen nemen wanneer er ratten opduiken op zijn/haar eigendom. Folders i.v.m. bestrijding van muskusratten en bruine ratten zijn te verkrijgen aan het loket van de milieudienst. Enkele tips:
- Tracht te voorkomen dat ratten voedsel, water, schuil- en nestelplaatsen vinden. Door het goed en regelmatig opruimen in en rond gebouwen voorkomt u schuil- en nestelplaatsen en houdt u een goed overzicht om eventuele sporen van ongedierte op te merken. Stapel verpakte veevoeders los van de muren en in losstaande stapels, zodat inspectie en het uitzetten van vergif vergemakkelijkt wordt.
- Tracht zo weinig mogelijk drinkwater aan te bieden: lekkende kranen en leidingen, plasjes, putjes, bakjes ...
- Plaats gericht giflokaas. Bij een grote rattenpopulatie is
het gebruik van rattenvergif (giflokaas) de best aangewezen bestrijdingsmanier.
Giflokazen kunnen enkel gebruikt worden waar de kans dat andere dieren ervan
eten zeer gering is. Giflokazen plaatst men best op loopplaatsen en zo dicht
mogelijk bij de vermoedelijke schuilplaatsen: ratten lopen steeds tegen de
muren, wanden en voorwerpen aan. Door het opmerken van uitwerpselen, smeersporen
en pootafdrukken kan men de loopplaatsen herkennen.
De hoeveelheid uitgezet giflokaas moet goed afgemeten zijn: te veel giflokaas zal beschimmelen en is niet meer smakelijk, te weinig giflokaas zal het ongedierte niet doden. Giflokaas moet regelmatig ververst worden en mag nooit volledig uitgeput raken. Wanneer men merkt dat de ratten ervan eten, moet men op tijd zorgen voor extra giflokaas.
Let op, vooral bij bruine ratten moet men veel geduld hebben, het zijn schuwe dieren! Vaak duurt het meerdere weken vooraleer ze van het giflokaas durven te eten. Denk niet dat het gif niet helpt als u na twee dagen de ratten niet helemaal dood ziet liggen. Deze dieren sterven niet onmiddellijk na de opname van het gif. Dit kan enkele dagen tot zelfs een week duren.

