Geschiedenis
Nazareth
- Graafschap Vlaanderen (kasselrij Gent, Oudenaarde- Kortrijk)
- Scheldedepartement (vanaf 1795, na de aanhechting bij Frankrijk)
- Provincie Oost-Vlaanderen (vanaf 1830)
- Bisdom Doornik (tot 1559)
- Bisdom Gent (na 1559)
De naam Nazareth is waarschijnlijk ontleend aan de bijbelse geschiedenis.
Toch lezen wij in een artikel van A.Cassiman "Waar ligt Scheldevelde ?" dat Nazareth een verschrijving zou kunnen zijn van "magherhet" of "magere heide". Dit is minder waarschijnlijk omdat kort na de oprichting van de parochie Nazareth de naam al opduikt in oude documenten en omdat voor die tijd alleen maar "Scheldeveld" als gebiedsnaam voorkomt. Magherhet lijkt eerder een verschrijving van Margaretha (van Constantinopel) die precies in de 13e eeuw begon met de streek te verkavelen en te vercijnzen. Er bestond zelfs een hoeve "Goed te Magherhetten, geleghen in de prochie van Nazarette".
De spelling "Nazareth" vinden we reeds terug in een tekst van 1259, in een andere tekst van 1381 lezen wij "Nazaret", in 1393 Nasaret en in 1572 "Nazarette".
Nazareth is thans de enige gemeente in België die deze naam draagt, hoewel hij her en der ook als wijkbenaming voorkomt.
Het grondgebied van het voormalige Nazareth (waartoe ook De Pinte behoorde) strekte zich uit over drie kasselrijen. Een kasselrij was voor de Franse periode een bestuurs- en rechtsgebied.
De kasselrij Kortrijk nam slechts een kleine "splete" in beslag. Ze werd begrensd door de huidige straten Klapstraat (vanaf de grens met Deurle) tot aan de Kortrijkseheerweg, en zo tot aan de Kijkuitstraat (grens met het vroegere Astene).
De kasselrij "de stenen man" van Oudenaarde werd begrensd door de Langedreef tot aan de Dennenbosdreef, de Groenstraat tot aan de Krekelmuit en zo langs de Oudenaardseheerweg naar het Beirhof. Daar liep de grens niet meer langs de huidige straten maar door de velden langs Turkeienhoek naar Eke.
De kasselrij van de Oudburg te Gent bestuurde de rest van het grondgebied, richting Gent.
De parochie werd waarschijnlijk opgericht in 1242, bij de doorreis van de bisschop van Doornik, Walter van Marvis.
De heerlijkheid van Nazareth bestond uit twee lenen.
Het eerste leen was het Schoutendom, ook Hoog Heerschip genoemd. Het werd in leen gehouden van het leenhof van Oudenaarde. Dit Schoutendom werd in 1359 in leen gegeven aan Jan van der Zickele, schepen van de Keure van Gent, in ruil voor de overdracht van twee cijnshoeven die deze bezat in Nazareth nl. het hof te Poldere (thans De Pinte) en het hof ter Zickele ook Hof te Maaigem genoemd (in Nazareth).
De schout was bevoegd voor de lage rechtspraak in Nazareth.
Philipote, dochter van Jacob van der Zickele, huwde eerst met Philip de Gruutere en na diens dood met Jan van den Nesse. Deze laatste was kamerheer van Filip II, die hem ook het tweede leen verkocht, waardoor hij zowel de lage, de middele als de hoge justitie onder zijn bevoegdheid kreeg. Door erfenis en huwelijk kwam Nazareth ten slotte in het bezit van Lodewijk van Rockolfing wiens grootvader gehuwd was met Francisca van der Zickele, zuster van Philipote. In 1653 werd hij beleend met het tweede leen "de Heerlijkheid Nazareth" (in leen gehouden van de wetachtige Kamer van Vlaanderen) en mocht hij ook de hoge rechtspraak uitoefenen.
Deze familie van Rockolfing bleef "Heer van Nazareth" tot aan de Franse overheersing in 1795, die een einde maakte aan het Ancien Régime. Baron Louis-Charles-Ghislain was de laatste telg van dit geslacht. Hij bleef burgemeester van Nazareth tot 1860. Eén van zijn dochters (er waren geen zonen) huwde met Philip August Kervyn de Volkaersbeke, waardoor deze nieuwe familie gedurende enkele generaties de burgemeestersfunctie kon opnemen.
Ondertussen was De Pinte in 1868 een afzonderlijke gemeente geworden.
Eke
- Graafschap Vlaanderen (Kasselrij van de Oudburg van Gent - voor de Franse Revolutie.
- Departement Schelde (1795, aanhechting bij Frankrijk - na Franse Revolutie
- Provincie Oost-Vlaanderen (1830)
- Bisdom Doornik (tot 1559)
- Bisdom Gent (na 1559)
Verscheidene toevallige vondsten uit de Gallo-Romeinse periode, zoals urnen en kledingsieraden, wijzen erop dat Eke één der eerst bewoonde plaatsen in Vlaanderen was. De eerste documenten die over het bestaan van de gemeente spreken, dateren van 737.
De schrijfwijze van de naam "Eke" kende verschillende vormen : Eca, Heke, Eeke, Eke. Etymologisch is de naam te verklaren als een afleiding van het Germaanse woord aikja, aik, of eik wat zoveel betekent als een plaats in de omgeving van een eikenbos. De heerlijkheid die o.a. haar naam gaf aan de familie, bestond uit 3 lenen. Het hoofdleen, het kasteel en de afhankelijke goederen, waren onderhorig aan de Kasselrij van Oudburg.
De twee andere waren respectievelijk onderhorig aan het leenhof Dendermonde en aan de heerlijkheid Aishove van Kruishoutem. Deze 3 lenen waren afhankelijk van dezelfde heer, baljuw, vierschaar en 7 schepenen. De heer van Eke bezat naast de volledige rechtspraak in de drie justitieraden, talrijke andere rechten in dit gebied.
Talrijke geslachten hebben elkaar opgevolgd aan het hoofd van de heerlijkheid, zoals van Gavere (13de eeuw), van Maldegem, van Massegem, Notax (14de eeuw), van Mortaigne (15de eeuw), de Scheppere, van Coorenhuuse (16de en 17de eeuw), de Bernage, de Wismael de Fallerand (17de eeuw), van Edinge, d'Ennetières en van Lichtervelde (18de eeuw).
Tot in de middeleeuwen kende de geschiedenis van Eke weinig of geen grote gebeurtenissen. Tijden de godsdienstige troebelen en vanaf 1566 hadden er verschillende bijeenkomsten van de Calvinisten plaats, die een groot succes kenden bij de inwoners van Eke en in de randgemeenten.
De heer van Eke had echter de kant van Koning Filips II gekozen en hij voerde de Spaanse troepenmacht aan die optrad tegen de hervormers. De Gentenaars aanvaardden de sympathie van de heer voor de koning niet en reageerden door in 1578 en 1579 de kerk te plunderen en het kasteel van de heer in brand te steken. In 1580 werd de bevolking opnieuw getroffen door plundering wanneer de Gentenaars, op de vlucht gedreven door de Walen door Eke en Nazareth trokken.
Tijdens de 17de eeuw leed de bevolking nog onder de Franse soldaten. Daarbij kwamen de grote overstromingen van de Schelde die de ellende van de getroffen bevolking nog vermeerderden.
Op 1 januari 1977 fusioneerde Eke met de gemeente Nazareth.

