Geschiedenis

Gebied Nazareth

Nazareth behoorde tot het Graafschap Vlaanderen. De heerlijkheid Nazareth bestond uit twee lenen en ressorteerde administratief en rechtelijk onder drie kasselrijen:

  • De kasselrij Kortrijk beheerde slechts een kleine 'splete'. Ze werd begrensd door de huidige straten Klapstraat (vanaf de grens met Deurle) tot aan de Kortrijkseheerweg, en zo tot aan de Kijkuitstraat (grens met het vroegere Astene).
  • De kasselrij 'de stenen man' van Oudenaarde werd begrensd door de Langedreef tot aan de Dennenbosdreef, de Groenstraat tot aan de Krekelmuit en zo langs de Oudenaardseheerweg naar het Beirhof. Daar liep de grens niet meer langs de huidige straten maar door de velden langs Turkeienhoek naar Eke.
  • De kasselrij van de Oudburg in Gent bestuurde de rest van het grondgebied, richting Gent.

In 1359 stond Jan van der Zickele, schepen van de Keure van Gent, twee hoeven af aan de graaf van Vlaanderen. Deze hoeven waren het goed te Poldere (in De Pinte) en het hof te Maaigem of Van der Zichele (in Nazareth). Voordien had hij ze in cijns van de graaf gehouden en nu ontving hij ze van hem terug als leengoed. Aan dit leengoed verbond de graaf van Vlaanderen het ambt van schout over heel de heerlijkheid Nazareth. De schout had zijn standplaats op het hof te Poldere en was bevoegd voor de lage rechtspraak in Nazareth. Het leengoed werd ‘Schoutendom’ of ‘Hoog Heerschip’ genoemd.

De dochter van Jan Van der Zickele, Philipote, huwde met Jacob van den Nesse, kamerheer van Philip II. Hij verwierf in 1559 ook het tweede leen, de ‘Heerlijkheid Nazareth’. 

Door erfenis en huwelijk kwam Nazareth in het bezit van Lodewijk van Rockolfing, verwant met de familie van der Zickele (zijn grootvader was gehuwd met Francisca van der Zickele, zuster van Philipote). In 1652 stond de Spaanse koning, Filips IV, graaf van Vlaanderen, vermoedelijk om bewezen diensten, aan de heer van Nazareth zijn rechten af in verband met de hoge justitie. Nu was Nazareth een volwaardige heerlijkheid.

De familie van Rockolfing bleef Heer van Nazareth tot aan de annexatie bij de Franse republiek in 1795, die een einde maakte aan de eeuwenlange bestuurlijke indeling van het Ancien Régime. Het oude graafschap werd verdeeld in twee departementen, dat van de Leie en dat van de Schelde, met aan het hoofd een prefect, naar Frans model. Nazareth behoorde tot het Scheldedepartement. Daaruit is in 1814 onder de Hollandse bezetting de huidige provincie Oost-Vlaanderen gegroeid.

Baron Louis-Charles-Ghislain was de laatste telg van het geslacht Rockolfing. Hij bleef tot 1860 burgemeester van Nazareth. Een van zijn dochters huwde met Philip August Kervyn de Volkaersbeke, waardoor deze nieuwe familie gedurende enkele generaties de burgemeestersfunctie kon opnemen.

De wijk De Pinte - die tijdens het Ancien Régime niet volledig onder de bevoegdheid van de graaf van Vlaanderen ressorteerde, maar gedeeltelijk beheerd werd door de Gentse Sint-Pietersabdij - werd in 1868 een afzonderlijke gemeente.

Gebied Eke

Verscheidene toevallige vondsten uit de Gallo-Romeinse periode, zoals urnen en kledingsieraden, wijzen erop dat Eke een van de eerste bewoonde plaatsen in Vlaanderen was. De eerste documenten die over het bestaan van de gemeente spreken, dateren van 737.

De heerlijkheid Eke bestond uit drie lenen. Het hoofdleen, met name het kasteel en de afhankelijke goederen, waren onderhorig aan de Kasselrij van Oudburg. De twee andere lenen waren respectievelijk onderhorig aan het leenhof Dendermonde en aan de heerlijkheid Aishove van Kruishoutem.

Deze drie lenen waren afhankelijk van dezelfde heer, baljuw, vierschaar en 7 schepenen. De heer van Eke bezat naast de volledige rechtspraak in de drie justitieraden, talrijke andere rechten in dit gebied.

Vele geslachten hebben elkaar opgevolgd aan het hoofd van de heerlijkheid, zoals van Gavere (13e eeuw), van Maldegem, van Massegem, Notax (14e eeuw), van Mortaigne (15e eeuw), de Scheppere, van Coorenhuuse (16e en 17d eeuw), de Bernage, de Wismael de Fallerand( 17e eeuw), van Edinge, d' Ennetières en van Lichtervelde (18e eeuw). 

Tot in de middeleeuwen kende de geschiedenis van Eke weinig of geen grote gebeurtenissen. Maar vanaf 1566 hadden er verschillende bijeenkomsten van de Calvinisten plaats, die een groot succes kenden bij de inwoners van Eke en in de randgemeenten, hoewel de heer van Eke de kant van Koning Filips II gekozen had en de Spaanse troepenmacht aanvoerde tegen de hervormers. De Gentenaars aanvaardden deze sympathie van de heer voor de koning niet en reageerden door in 1578 en 1579 de kerk te plunderen en het kasteel van de heer in brand te steken. In 1580 werd de bevolking opnieuw getroffen door plundering, wanneer de Gentenaars op de vlucht werden gedreven door de Walen en door Eke en Nazareth trokken.

Een eeuw later tijdens de 17e eeuw en in 1708 leed de bevolking dan weer onder de invallen van Franse soldaten. En verschillende grote overstromingen van de Schelde hebben de ellende van de getroffen bevolking nog vermeerderd.

Op 1 januari 1977 fusioneerde Eke met de gemeente Nazareth. 

Printvriendelijke versie
PDF